involution

FREEMEN Gallery. Aardenburg NL
April 2006
{gallery}exhibitions/expoinvolutionw:80:80{gallery}

Involution
by Sven Vanderstichelen

Plinio Avila (1977) is in Mexico geboren. In  Zacatecas groeit hij op in een zeer religieuze omgeving die zijn artistieke carrière zal tekenen. Op 16 jarige leeftijd stapt Plinio uit zijn diep gelovige gemeenschap en wordt aangenomen in een grafisch drukatelier. Als jongste student ooit wordt hij op achtien jaar toegelaten tot het Tamarind Institute, één van de meest prestigieuze grafische drukateliers ter wereld en geniet er van een opleiding tot meester lithograaf. Dit geeft hem de toegang tot residenties in de University of Kentucky, de Glasgow Print Studio, de Miro Foundation en hij behaalt een post-graduaat aan het Hogere Instituut voor ISchone Kunsten in Antwerpen. Sinds 1999 is hij aangesteld als directeur van het Museograbado,, waar Avila verantwoordelijk is voor het drukwerk van belangrijke Mexicaanse kunstenaars en instituten. Door deze intense samenwerking krijgt Plinio de mogelijkheid om ondergedompeld te worden in de diverse creatieve processen bij het maken van honderden kunstwerken, edities en kunstboeken.  Met deze ervaring verkrijgt Plino het statuut van expert en wordt gevraagd voor lezingen, advies  en restauraties van kunstwerken op papier.

Maar deze flamboyante loopbaan heeft een keerzijde. Voor een lange periode verliest Avila de drang om eigen drukwerk te creëren en stelt zijn positie als kunstenaar nog tot op vandaag in vraag. Verschillende ontgoochelingen binnen de kunstwereld en zijn verlies aan religieuze overtuiging leiden tot een verregaande zelfreflectie in zijn zoektocht naar zingeving. Zingeving in het leven, maar ook ten aanzien van zijn kunstenaarschap. Plinio Avila’s kunstwerken staan symbool voor het structureren van zijn innerlijke wereld. Hij stelt dat zijn objecten, schetsen en schilderijen kunnen gezien worden als zelfportretten in de analyse van zijn subjectieve werkelijkheid.

Bij het zien van Plinio’s schilderijen voor de tentoonstelling ‘Involution’, toonde ik hem spontaan enkele werken van Leon Spilliaert.

Leon Spilliaert (1881–1946) was één van de voornaamste Vlaamse symbolistische kunstschilders. Spilliaert had een bijzondere interesse voor de natuur. Dit lag aan de grondslag van verschillende terugkerende thema's: de grootsheid van de zee, de uitgestrektheid van het strand, de verticale kracht van de bomen. De figuur van de mens stond vaak centraal, vooral in zijn problematische verhouding met de wereld. De eenzaamheid, de existentiële angst, het spirituele en legendes uit het collectieve geheugen belichaamden zijn werk. In de werken van de tentoonstelling ’Involution’ zien we onder meer de grootsheid van de Grand Canyon en de verticale kracht van de zuil, waardoor een nauwe verwantschap met Spilliaert en de symbolisten teruggevonden kan worden. Daarom sta ik graag even stil bij het ontstaan van het symbolisme en de actualisering ervan in het neo-symbolisme met referentiële schilders als Luc Tuymans, Bert De beul en Koen Van den Broek. Die op hun beurt onder meer de invloed van Richter of Hopper als peetvaders niet zullen betreuren.

Op het einde van de negentiende kwam er een reactie vanuit de kunstwereld op de heersende gedachten van de industriële revolutie. Het symbolisme reageerde op de voor die tijd snelle veranderingen in het maatschappelijk leven in Europa. Zij stelde haar filosofische opvattingen tegenover de beperkte, onveranderlijke industriële werkelijkheid die voor velen enkel onderzocht kon worden aan de hand van harde feiten en de analyse ervan door de exacte wetenschappen. Het symbolisme  formuleerde hierop een antwoord door op een zeer subjectieve manier vorm te geven aan de innerlijke wereld en het mysterieuze van de werkelijkheid. Ze stelde een afwezige realiteit voor die middels symbolen tastbaar werd. De sfeer, het spirituele, de mythe en het zintuiglijke waren kernbegrippen die hun kunstwerken betekenis verleenden. Door het toedoen van de fotografie, die de illusie nastreefde de realiteit te kunnen vatten, wou de schilderkunst als reactie een uitgesproken individuele kijk op de wereld geven. Het kunstwerk ontstond door een decompositie van de werkelijkheid, waarna ze op een zeer eigen manier werd gereconstrueerd. In deze heropbouw van het beeld speelde de eigenheid van de kunstenaar een pertinente rol. De kunstenaar ontwierp nieuwe beelden waarbij de veelheid aan interpretaties van de kijker er de betekenis aan gingen verlenen.

Vandaag kan men spreken over een neo-symbolisme, een herdenken van het symbolisme. Willem Elias benoemt als eerste deze stroming en de kenmerken ervan in het artikel “Momenten uit de Belgische Kunst na ’45 Het neo-symbolisme.” (2007). Hij omschrijft deze als volgt: “... Zoals bij de symbolisten, wordt er ten volle ingespeeld op de dubbelzinnigheid van de fotografie die de werkelijkheid vastlegt (constructie), maar tegelijk er bij stilstaat. Deze stilstand doet ons nadenken en twijfelen aan de evidentie van onze vastgelegde visies op de realiteit (deconstructie). Naast de ondermijnende stilstand - de realiteit staat immers niet stil – versterkt het wazige de twijfel aan de zekerheid van dat wat we als vanzelfsprekend wanen. Zoals in het symbolisme worden er verbanden gelegd tussen de harde zichtbare werkelijkheid, al dan niet als document op foto vastgelegd, en de psychische werelden: het onbewuste via de droom; het gebeurlijke via de onnauwkeurige kleurigheid van de mythische verhalen; de geheimen van de macht via de verborgen ideologische dimensie van de tekens van de normale alledaagsheid... Wat ik het neo-symbolisme genoemd heb, heeft als belangrijk kenmerk dat het op het eigentijdse wijze de sociale dimensie van het symbolisme actualiseert door een maatschappijkritiek te leveren die verheldert via duistere wegen.”

Deze maatschappijkritiek en de zelfreflectie hierop zijn in Avila’s werk pertinent aanwezig. Plinio heeft een zeer kritische kijk op de voorbijrazende maatschappij en bevraagt onze positie hiertegenover als emotioneel individu. We worden dagelijks geconfronteerd met een continue stroom van beelden in de vorm van commercials, actiefilms en kabouter plop-floppen. Plinio Avila probeert deze overload een halt toe te roepen door beelden te creëren die ons doen stilstaan bij eenzaamheid, oneindigheid, macht en de mythe van het verleden. Zijn werken betekenen voor hem een soort meditatie in confrontatie met het canvas, een toestand van volledige fixatie op een bepaald punt, beeld, structuur of textuur.

Hij noemt het proces waar hij zich als kunstenaar in bevindt ‘involution’. Dit begrip omschrijft hij als een neerwaartse introspectieve spiraal, waarbij de werkelijkheid eerst moet worden gedeconstrueerd, alvorens een evolutie kan plaatsvinden. Hij refereert in zijn kunstwerken vaak naar de metafoor van de rots, de steen die voor hem de basis vormt van onze cultuur. Het woord cultuur, afkomstig van het Latijnse cultura en afgeleid van colère, betekent dan ook bewerken, bouwen, vereren, versieren.

In Avila’s kunstwerken zit een vorm van cultus in verwerkt. Hij omschrijft het onmiddellijk schilderen op het ruwe linnen van het doek als een extreem rauwe daad van de kunstenaar in relatie tot zijn werk. Met deze werkwijze geeft hij het doek geen behandelde onderlaag. De gevolgen voor de moeilijke conservatie en restauratie van het beeld worden hierdoor opgenomen als een onderdeel van het kunstwerk. Ook de fascinatie voor het drukken manifesteert zich als een zich herhalende handeling. De opbouw van het beeld ontstaat door de gelaagdheid van kleur en vorm of de afwezigheid ervan. Ordening, repetitiviteit, verhouding en detail blijken zijn werken te structureren. Als een zoektocht naar eenvoudige doortastende vormen, voor deze tentoonstelling de toeschouwer uitnodigend in binnen - en buitenruimtes. Ruimtes die het geluid van een spirituele mantra lijken te genereren in de contemplatie van de monotone zuilen die kleine silhouetten met hun repetitief architecturaal machtsvertoon overmeesteren, de oneindige steppe met gekraste ongelijkheden, een versneden rotsgebergte die de sporen vertoont van verloren stenen voor de lithografie, opeengestapelde grafzerken die een verdord landschap van herinneringen doen ontwaken of een zicht op Stonehenge waarbij de verticale steenformaties in de verte verbleken bij de weidse veelvuldigheid in de textuur van het gras.

Plinio Avila spreekt zelf over ‘involution’ als een tragisch eindpunt in de deconstructie van zijn werkelijkheid. Als toeschouwer kijk ik naar zijn beelden als een magisch vertrekpunt van een oogverblindend oeuvre.

 

April 11th - May 25th
Freemen Gallery.
Markstraat 11 Aardenburg-Nederland.
tel: 32 (0) 475 69 51 27
This e-mail address is being protected from spam bots, you need JavaScript enabled to view it
 
[ Back ]